Lijst van alle Excel formules
Excel biedt een zeer groot aantal functies en formules om berekeningen en andere bewerkingen te maken. Hieronder een complete opsomming van de formules die je met de formulebalk kunt maken.
Alle formules beginnen met = .
AANG.DUUR
Geeft de aangepaste Macauley-looptijd voor een waardepapier, uitgaande van EUR 100 nominale waarde
AANTAL
Telt het aantal getallen in de argumentenlijst
AANTAL.ALS
Telt het aantal niet-lege cellen in een bereik die voldoen aan een bepaald criterium.
Voorbeeld: de functie =AANTAL.ALS(A2:A5;”peren”) geeft het aantal cellen met peren in de cellen A2 tot en met A5.
AANTAL.LEGE.CELLEN
Telt het aantal lege cellen in een bereik
AANTALARG
Telt het aantal niet-lege cellen en de waarden in de argumentenlijst. Gebruik AANTALARG om het aantal cellen met gegevens vast te stellen in een bereik of een matrix.
Met de functie AANTALARG worden cellen geteld die elk type informatie bevatten, inclusief foutwaarden en lege tekenreeksen (“”). Ook als het bereik een formule bevat die als resultaat een lege tekenreeks geeft, wordt die waarde met de functie AANTALARG geteld. Met de functie AANTALARG worden geen lege cellen geteld.
Als u geen logische waarden, tekst of foutwaarden wilt tellen (als u dus alleen cellen wilt tellen die getallen bevatten), gebruikt dan de functie AANTAL.
Als u alleen cellen wilt tellen die aan bepaalde criteria voldoen, gebruikt u de functie AANTAL.ALS of de functie AANTALLEN.ALS.
AANTALLEN.ALS
Berekent een voorwaardelijk AANTAL aan de hand ven meerdere criteria. (nieuw in Excel 2007)
ABS
De functie =ABS(getal) geeft de absolute waarde van een getal. De absolute waarde van een getal is het getal zonder het bijbehorende positieve of negatieve teken.
Getal in de syntaxis is het reële getal waarvan u de absolute waarde wilt berekenen.
ADRES
Geeft een verwijzing, in de vorm van tekst, naar één bepaalde cel in een werkblad
AFRONDEN.BENEDEN
Syntaxis: AFRONDEN.BENEDEN(getal, significantie)
Rondt een getal naar beneden af op het dichtsbijzijnde significante veelvoud, aangegeven door het tweede argument in de formule.
Als een van de argumenten een niet-numerieke waarde is, geeft AFRONDEN.BENEDEN de foutwaarde #WAARDE! als resultaat.
Als getal positief is en significantie negatief, geeft AFRONDEN.BENEDEN de foutwaarde #GETAL! als resultaat.
Als getal positief is, wordt een waarde naar beneden afgerond en komt deze dichterbij nul te liggen. Als getal negatief is, wordt een waarde naar beneden afgerond en komt deze verder van nul te liggen. Als getal een exact veelvoud is van significantie, wordt de waarde niet afgerond.
AFRONDEN.BENEDEN.NAUWKEURIG
Syntaxis: AFRONDEN.BENEDEN.NAUWKEURIG(getal;[significantie]) Als u significantie weglaat, is de standaardwaarde 1.
Rondt een getal naar beneden af op het dichtsbijzijnde veelvoud van het tweede argument in de formule.
Geeft als resultaat een getal dat naar boven is afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal of het dichtstbijzijnde significante veelvoud. Het getal wordt naar boven afgerond ongeacht het teken van het getal. Als het getal of de significantie echter nul is, is nul het resultaat.
De absolute waarde van het veelvoud wordt gebruikt, zodat de functie AFRONDEN.BENEDEN.NAUWKEURIG de wiskundige afronding naar boven retourneert, ongeacht het teken van het getal en de significantie.
AFRONDEN.BOVEN
Syntaxis: AFRONDEN.BOVEN(getal, significantie)
Rondt een getal naar boven af op het dichtsbijzijnde significante veelvoud, aangegeven door het tweede argument in de formule.
Als een van de argumenten een niet-numerieke waarde is, geeft AFRONDEN.BOVEN de foutwaarde #WAARDE! als resultaat.
Ongeacht of getal positief of negatief is, impliceert naar boven afronden altijd dat de resulterende waarde verder van nul komt te liggen. Als getal een exact veelvoud is van significantie, wordt de waarde niet afgerond.
Als getal negatief is en significantie negatief is, wordt de waarde naar beneden afgerond, verder van nul af.
Als getal negatief is en significantie positief is, wordt de waarde naar boven afgerond, in de richting van nul.
AFRONDEN.BOVEN.NAUWKEURIG
Syntaxis: AFRONDEN.BENEDEN.NAUWKEURIG(getal;[significantie]) Als u significantie weglaat, is de standaardwaarde 1.
Rondt een getal naar boven af op het dichtsbijzijnde veelvoud van het tweede argument in de formule.
Geeft als resultaat een getal dat naar beneden is afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal of het dichtstbijzijnde significante veelvoud. Het getal wordt naar beneden afgerond ongeacht het teken van het getal. Als het getal of de significantie echter nul is, is nul het resultaat.
De absolute waarde van het veelvoud wordt gebruikt, zodat de functie AFRONDEN.BENEDEN.NAUWKEURIG de wiskundige afronding naar beneden retourneert, ongeacht het teken van het getal en de significantie.
AFRONDEN.N.VEELVOUD ATP
Geeft een getal afgerond op het gewenste veelvoud
Syntaxis: AFRONDEN.N.VEELVOUD(getal, veelvoud)
Als het restgetal dat overblijft nadat getal is gedeeld door veelvoud, groter is dan of gelijk is aan de helft van veelvoud, wordt met AFRONDEN.N.VEELVOUD naar boven afgerond. Naar boven afronden houdt in dat de resulterende waarde verder van nul komt te liggen.
AFRONDEN.NAAR.BENEDEN
Rondt een getal naar beneden af
Syntaxis: AFRONDEN.NAAR.BENEDEN(getal, aantal_decimalen)
getal = een reëel getal dat u naar beneden wilt afronden.
aantal-decimalen = het aantal decimalen waarop u het getal wilt afronden.
AFRONDEN.NAAR.BENEDEN lijkt veel op AFRONDEN, met dit verschil dat AFRONDEN.NAAR.BENEDEN altijd naar beneden afrondt.
Als aantal-decimalen groter dan 0 (nul) is, wordt getal naar beneden afgerond op het opgegeven aantal decimalen.
Als aantal_decimalen gelijk aan 0 is, wordt getal naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Als aantal-decimalen kleiner dan 0 is, wordt getal naar beneden afgerond op tientallen (-1), honderdtallen (-2), enz.
AFRONDEN.NAAR.BOVEN
Rondt de absolute waarde van een getal naar boven af
Syntaxis: AFRONDEN.NAAR.BOVEN(getal, aantal_decimalen)
getal = een reëel getal dat u naar BOVEN wilt afronden.
aantal-decimalen = het aantal decimalen waarop u het getal wilt afronden.
AFRONDEN.NAAR.BOVEN lijkt veel op AFRONDEN, met dit verschil dat AFRONDEN.NAAR.BOVEN altijd naar BOVEN afrondt.
Als aantal-decimalen groter dan 0 (nul) is, wordt getal naar BOVEN afgerond op het opgegeven aantal decimalen.
Als aantal_decimalen gelijk aan 0 is, wordt getal naar BOVEN afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Als aantal-decimalen kleiner dan 0 is, wordt getal naar BOVEN afgerond op tientallen (-1), honderdtallen (-2), enz.
AFRONDING
Syntaxis: =AFRONDING(A1, 2) Het resultaat van deze functie is 23,78.
Rondt een getal af op het opgegeven aantal decimalen, aangeven door het tweede argument in de formule.
Als de cel A1 bijvoorbeeld 23,7825 bevat en u die waarde wilt afronden op twee decimalen, kunt u de volgende formule gebruiken:
AFRONDING(getal, aantal_decimalen)
Als aantal-decimalen gelijk aan 0 is, wordt het getal afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Als aantal-decimalen kleiner dan 0 is, wordt het getal afgerond op de waarde links van het decimaalteken.
Als u altijd naar boven (verder van nul af) wilt afronden, gebruikt u de functie AFRONDEN.NAAR.BOVEN.
Als u altijd naar beneden (dichter naar nul toe) wilt afronden, gebruikt u de functie AFRONDEN.NAAR.BENEDEN.
Als u een getal wilt afronden op een bepaald veelvoud (bijvoorbeeld op de dichtstbijzijnde 0,5), gebruikt u de functie AFRONDEN.N.VEELVOUD.
AFW.ET.PRIJS
Geeft de prijs per EUR 100 nominale waarde voor een waardepapier met een afwijkende eerste termijn
AFW.ET.REND
Geeft het rendement voor een waardepapier met een afwijkende eerste termijn
AFW.LT.PRIJS
Geeft de prijs per EUR 100 nominale waarde voor een waardepapier met een afwijkende laatste termijn
AFW.LT.REND
Geeft het rendement voor een waardepapier met een afwijkende laatste termijn
ALS.FOUT
Geeft als resultaat een waarde die je opgeeft als een formule een fout retourneert. Anders geeft hij het resultaat van de formule (Nieuw in Excel 2007)
AMORDEGRC
Geeft de afschrijving voor elke boekingsperiode door een afschrijvingscoëfficiënt toe te passen
AMORLINC
Geeft de afschrijving voor elke boekingsperiode
ASC
Maakt katakanatekens smaller (Japans)
ASELECT
Geeft een willekeurig getal tussen 0 en 1
ASELECTTUSSEN ATP
Geeft een willekeurig getal tussen de opgegeven getallen
BEGINLETTERS
Zet de eerste letter van elk woord in een tekst om in een hoofdletter
BEREIKEN
Geeft het aantal bereiken in een verwijzing
BESSEL.I ATP
Geeft de gewijzigde Bessel-functie In(x)
BESSEL.J ATP
Geeft de Bessel-functie Jn(x)
BESSEL.K ATP
Geeft de gewijzigde Bessel-functie Kn(x)
BESSEL.Y ATP
Geeft de Bessel-functie Yn(x)
BET
Geeft de periodieke betaling voor een annuïteit
BETA.INV
Geeft de inverse van de cumulatieve verdelingsfunctie voor een gegeven bèta-verdeling
BETA.VERD
Geeft de cumulatieve bŠta-verdelingsfunctie
BETROUWBAARHEID
Geeft het betrouwbaarheidsinterval van een gemiddelde waarde voor de elementen van een populatie
BIN.N.DEC ATP
Converteert een binair getal naar een decimaal getal
BIN.N.HEX ATP
Converteert een binair getal naar een hexadecimaal getal
BIN.N.OCT ATP
Converteert een binair getal naar een octaal getal
BINOMIALE.VERD
Geeft de binomiale verdeling
BOOGCOS
Geeft de arccosinus van een getal
BOOGCOSH
Geeft de arccosinus hyperbolicus van een getal
BOOGSIN
Geeft de arcsinus van een getal
BOOGSINH
Geeft de arcsinus hyperbolicus van een getal
BOOGTAN
Geeft de arctangens van een getal
BOOGTAN2
Geeft de arctangens van de x- en y-coördinaten
BOOGTANH
Geeft de arctangens hyperbolicus van een getal
C.ABS ATP
Geeft de absolute waarde (modulus) van een complex getal
C.ARGUMENT ATP
Geeft het argument thèta, een hoek uitgedrukt in radialen
C.COS ATP
Geeft de cosinus van een complex getal
C.EXP ATP
Geeft de exponent van een complex getal
C.IM.DEEL ATP
Geeft de imaginaire coëfficiënt van een complex getal
C.LN ATP
Geeft de natuurlijke logaritme van een complex getal
C.LOG10 ATP
Geeft de logaritme met grondtal 10 van een complex getal
C.LOG2 ATP
Geeft de logaritme met grondtal 2 van een complex getal
C.MACHT ATP
Geeft een complex getal dat is verheven tot de macht van een geheel getal
C.PRODUCT ATP
Geeft het product van maximaal 29 complexe getallen
C.QUOTIENT ATP
Geeft het quotiënt van twee complexe getallen
C.REEEL.DEEL ATP
Geeft de reële coëfficiënt van een complex getal
C.SIN ATP
Geeft de sinus van een complex getal
C.SOM ATP
Geeft de som van complexe getallen
C.TOEGEVOEGD ATP
Geeft het complexe toegevoegde getal van een complex getal
C.VERSCHIL ATP
Geeft het verschil tussen twee complexe getallen
C.WORTEL ATP
Geeft de vierkantswortel van een complex getal
CEL
Geeft informatie over de opmaak, locatie of inhoud van een cel
CHI.KWADRAAT
Geeft de eenzijdige kans van de chi-kwadraatverdeling
CHI.KWADRAAT.INV
Geeft de inverse van een eenzijdige kans van de chi-kwadraatverdeling
CHI.TOETS
Geeft de onafhankelijkheidstoets
CODE
Geeft de numerieke code voor het eerste teken in een tekenreeks
COMBINATIES
Geeft het aantal combinaties voor een bepaald aantal objecten
COMPLEX ATP
Converteert reële- en imaginaire coëfficiënten naar een complex getal
CONVERTEREN
Converteert een getal in de ene maateenheid naar een getal in een andere maateenheid
CORRELATIE
Geeft de correlatiecoëfficiënt van twee gegevensverzamelingen
COS
Geeft de cosinus van een getal
COSH
Geeft de cosinus hyperbolicus van een getal
COUP.AANTAL
Geeft het aantal coupons dat nog moet worden uitbetaald tussen de stortingsdatum en de vervaldatum
COUP.DAGEN
Geeft het aantal dagen in de coupontermijn waarin de stortingsdatum valt
COUP.DAGEN.BB
Geeft het aantal dagen vanaf het begin van de coupontermijn tot de stortingsdatum
COUP.DAGEN.VV
Geeft het aantal dagen vanaf de stortingsdatum tot de volgende couponvervaldatum
COUP.DATUM.NB
Geeft de volgende coupondatum na de stortingsdatum
COUP.DATUM.VB
Geeft de vorige couponvervaldatum vóór de stortingsdatum
COVARIANTIE
Geeft de covariantie, het gemiddelde van de producten van de gepaarde deviaties
CRIT.BINOM
Geeft de kleinste waarde waarvoor de binomiale verdeling kleiner is dan of gelijk is aan het criterium
CUM.HOOFDSOM
Geeft de cumulatieve hoofdsom van een lening die tussen twee termijnen is terugbetaald
CUM.RENTE
Geeft de cumulatieve rente die tussen twee termijnen is uitgekeerd
DAG
Geeft uit een datum de dag van de maand
DAGEN360
Berekent het aantal dagen tussen twee data op basis van een jaar met 360 dagen
DATUM
Stelt datum samen uit: jaar, maand, dag
DATUMVERSCHIL
Periode tussen twee datums, in dagen, maanden of jaren
DATUMWAARDE
Converteert een datum in de vorm van tekst naar een serieel getal
DB
Geeft de afschrijving van activa voor een bepaalde periode met behulp van de ‘fixed declining balance’
DBAANTAL
Telt de cellen met getallen in een database
DBAANTALC
Telt de niet-lege cellen in een database
DBGEMIDDELDE
Berekent het gemiddelde van de geselecteerde databasegegevens
DBLEZEN
Haalt één record dat voldoet aan de opgegeven criteria uit een database op
DBMAX
Geeft de maximumwaarde van de geselecteerde databasegegevens
DBMIN
Geeft de minimumwaarde van de geselecteerde databasegegevens
DBPRODUCT
Vermenigvuldigt de waarden in een bepaald veld van de records die voldoen aan de criteria in een database
DBSOM
Telt de getallen uit een kolom records in de database op die voldoen aan de criteria
DBSTDEV
Maakt een schatting van de standaarddeviatie op basis van een steekproef uit geselecteerde databasegegevens
DBSTDEVP
Berekent de standaarddeviatie op basis van de volledige populatie van geselecteerde databasegegevens
DBVAR
Maakt een schatting van de variantie op basis van een steekproef uit geselecteerde databasegegevens
DBVARP
Berekent de variantie op basis van de volledige populatie van geselecteerde databasegegevens
DDB
Geeft de afschrijving van activa over een bepaalde termijn met behulp van de ‘double declining balance’
DEC.N.BIN ATP
Converteert een decimaal getal naar een binair getal
DEC.N.HEX ATP
Converteert een decimaal getal naar een hexadecimaal getal
DEC.N.OCT ATP
Converteert een decimaal getal naar een octaal getal
DEEL
Geeft een aantal tekens van een tekenreeks vanaf de positie die u opgeeft
DELTA ATP
Test of twee waarden gelijk zijn
DETERMINANTMAT
Geeft de determinant van een matrix
DEV.KWAD
Geeft de som van de deviaties in het kwadraat
DISCONTO
Geeft het discontopercentage voor een waardepapier
DOLLAR
Converteert een getal naar tekst met de valutanotatie ” (dollar)
DRAAITABEL.OPHALEN
Haalt gegevens op die zijn opgeslagen in een draaitabel
DUBBELE.FACULTEIT ATP
Geeft de dubbele faculteit van een getal
DUUR
Geeft de gewogen gemiddelde looptijd voor een waardepapier met periodieke rentebetalingen
EFFECT.RENTE
Geeft het effectieve jaarlijkse rentepercentage
EN
0
EVEN
Rondt het getal af op het dichtstbijzijnde gehele even getal
EXP
Verheft het getal e tot de macht van een bepaald getal (antilogaritme)
EXPON.VERD
Geeft de exponentiële verdeling
F.INVERSE
Geeft de inverse van de F-verdeling
F.TOETS
Geeft een F-toets
F.VERDELING
Geeft de F-verdeling
FACULTEIT
Geeft de faculteit van een getal
FISHER
Geeft de Fisher-transformatie
FISHER.INV
Geeft de inverse van de Fisher-transformatie
FONETISCH
Haalt de fonetische tekens (furigana) uit een tekenreeks op
FOUT.COMPLEMENT ATP
Geeft de foutfunctie
FOUTFUNCTIE ATP
Geeft de complementaire foutfunctie
GAMMA.INV
Geeft de inverse van de cumulatieve gamma-verdeling
GAMMA.LN
Geeft de natuurlijke logaritme van de gamma-functie, G(x)
GAMMA.VERD
Geeft de gamma-verdeling
GEHEEL
Kapt een getal af tot een heel getal, negatief gaat naar beneden
GELIJK
Controleert of twee tekenreeksen identiek zijn
GEM.DEVIATIE
Geeft het gemiddelde van de absolute deviaties van gegevenspunten ten opzichte van hun gemiddelde waarde
GEMIDDELDE
Geeft het gemiddelde van de argumenten
GEMIDDELDE.ALS
Berekent een voorwaardelijk gemiddelde (vergelijkbaar met SOM.ALS en AANTAL.ALS) (nieuw in Excel 2007)
GEMIDDELDEA
Geeft het gemiddelde van de argumenten, inclusief getallen, tekst en logische waarden
GEMIDDELDEN.ALS
Berekent een voorwaardelijke gemiddelde aan de hand van meerdere criteria. (nieuw in Excel 2007)
GETRIMD.GEM
Geeft het gemiddelde van waarden in een gegevensverzameling
GGD
Geeft de grootste gemene deler
GIR
Geeft de interne rentabiliteit voor een serie cashflows, waarbij voor betalingen een ander rentepercentage geldt
GRADEN
Converteert radialen naar graden
GROEI
Geeft de waarden voor een exponentiële trend
GROOTSTE
Geeft de op k-1 na grootste waarde in een gegevensverzameling
GROTER.DAN ATP
Test of een getal groter is dan de drempelwaarde
GULDEN
Converteert een getal naar tekst met de valutanotatie EURO
GULDEN.BR
Converteert een prijs in euro’s, uitgedrukt in een decimaal getal, naar een prijs in euro’s, in een breuk
GULDEN.DE
Converteert een prijs in euro’s, uitgedrukt in een breuk, naar een prijs in euro’s, in een decimaal getal
HARM.GEM
Geeft het harmonische gemiddelde
HERHALING
Herhaalt een tekst een aantal malen
HEX.N.BIN ATP
Converteert een hexadecimaal getal naar een binair getal
HEX.N.DEC ATP
Converteert een hexadecimaal getal naar een decimaal getal
HEX.N.OCT ATP
Converteert een hexadecimaal getal naar een octaal getal
HOOFDLETTERS
Zet tekst om in hoofdletters
HORIZ.ZOEKEN
Zoekt in de bovenste rij van een matrix naar een bepaalde waarde en geeft de gevonden waarde in de opgegeven kolom
HW
Geeft de huidige waarde van een investering
HYPERGEO.VERD
Geeft de hypergeometrische verdeling
HYPERLINK
Maakt een snelkoppeling of een sprong waarmee een document wordt geopend
IBET
Geeft de te betalen rente voor een investering over een bepaalde termijn
INDEX
Kiest met een index een waarde uit een verwijzing of een matrix
INDIRECT
Geeft een verwijzing die wordt aangegeven met een tekstwaarde
INFO
Geeft informatie over de huidige besturingsomgeving
INTEGER
Kapt een getal af tot een heel getal, negatief gaat naar boven
INTERVAL
Geeft een frequentieverdeling in de vorm van een verticale matrix
INVERSEMAT
Geeft de inverse van een matrix
IR
Geeft de interne rentabiliteit voor een reeks cashflows
IR.SCHEMA
Geeft de interne rentabiliteit voor een (niet noodzakelijkerwijs periodiek) betalingsschema van cashflows
IS.EVEN
Geeft WAAR als het getal even is
IS.ONEVEN
Geeft WAAR als het getal oneven is
ISBET
Geeft de rente die is betaald tijdens een bepaalde termijn van een investering
ISFOUT
Geeft WAAR als de waarde een foutwaarde is
ISFOUT2
Geeft WAAR als de waarde een foutwaarde is, met uitzondering van #N/B
ISGEENTEKST
Geeft WAAR als de waarde geen tekst is
ISGETAL
Geeft WAAR als de waarde een getal is
ISLEEG
Geeft WAAR als de waarde leeg is
ISLOGISCH
Geeft WAAR als de waarde een logische waarde is
ISNB
Geeft WAAR als de waarde de foutwaarde #N/B is
ISTEKST
Geeft WAAR als de waarde tekst is
ISVERWIJZING
Geeft WAAR als de waarde een verwijzing is
JAAR
Geeft uit een datum het jaartal
JAAR.DEEL ATP
Geeft het deel van een jaar tussen twee datums, uitgedrukt in een getal tussen 0 en 1
KANS
Geeft de kans dat waarden zich tussen twee grenzen bevinden
KGV
Geeft het kleinste gemene veelvoud
KIEZEN
Kiest een waarde uit een lijst met waarden
KLEINE.LETTERS
Zet tekst om in kleine letters
KLEINSTE
Geeft de op k-1 na kleinste waarde in een gegevensverzameling
KOLOM
Geeft het kolomnummer van een verwijzing
KOLOMMEN
Geeft het aantal kolommen in een verwijzing
KURTOSIS
Geeft de kurtosis van een gegevensverzameling
KWADRATENSOM
Geeft de som van de kwadraten van de argumenten
KWARTIEL
Geeft het kwartiel van een gegevensverzameling
LAATSTE.DAG ATP
Geeft het seriële getal van de laatste dag van de maand voor of na het opgegeven aantal maanden
LENGTE
Geeft het aantal tekens in een tekenreeks
LIJNSCH
Geeft de parameters van een lineaire trend
LIN.AFSCHR
Geeft de lineaire afschrijving van activa per opgegeven termijn
LINKS
Geeft het opgegeven aantal tekens van een reeks, vanaf links
LN
Geeft de natuurlijke logaritme van een getal
LOG
Geeft de logaritme van een getal, met het opgegeven grondtal
LOG.NORM.INV
Geeft de inverse van de logaritmische normale verdeling
LOG.NORM.VERD
Geeft de cumulatieve logaritmische normale verdeling
LOG10
Geeft de logaritme met grondtal 10 van een getal
LOGSCH
Geeft de parameters van een exponentiële trend
MAAND
Geeft uit een datum de maand (als getal)
MACHT
Verheft een getal tot een macht
MAX
Geeft de maximumwaarde in een lijst met argumenten
MAXA
Geeft de maximumwaarde in een lijst met argumenten, inclusief getallen, tekst en logische waarden
MEDIAAN
Geeft de mediaan van de opgegeven getallen
MEETK.GEM
Geeft het meetkundige gemiddelde
MIN
Geeft de minimumwaarde in een lijst met argumenten
MINA
Geeft de minimumwaarde in een lijst met argumenten, inclusief getallen, tekst en logische waarden
MINUUT
Geeft uit een tijdstip de minuten
MODUS
Geeft de meest voorkomende waarde in een gegevensverzameling
MULTINOMIAAL
Geeft de multinomiaalcoëfficiënt van een reeks getallen
N
Geeft een waarde die is geconverteerd naar een getal
NB
Geeft de foutwaarde #N/B, betekent ‘niet beschikbaar’
NEG.BINOM.VERD
Geeft de negatieve binomiaalverdeling
NETTO.WERKDAGEN ATP
Geeft het aantal hele werkdagen tussen twee datums
NHW
Geeft de netto huidige waarde van een investering op basis van een reeks periodieke cashflows
NHW2
Geeft de huidige nettowaarde voor een (niet noodzakelijkerwijs periodiek) betalingsschema van cashflows
NOMINALE.RENTE
Geeft het nominale jaarlijkse rentepercentage
NORM.INV
Geeft de inverse van de cumulatieve normale verdeling
NORM.VERD
Geeft de cumulatieve normale verdeling
NORMALISEREN
Geeft een genormaliseerde waarde
NPER
Geeft het aantal termijnen van een investering
NU
Geeft de huidige datum en tijd
OCT.N.BIN ATP
Converteert een octaal getal naar een binair getal
OCT.N.DEC ATP
Converteert een octaal getal naar een decimaal getal
OCT.N.HEX ATP
Converteert een octaal getal naar een hexadecimaal getal
ONEVEN
Rondt de absolute waarde van het getal naar boven af op het dichtstbijzijnde gehele oneven getal
OPBRENGST
Geeft het bedrag dat op de vervaldatum wordt uitgekeerd voor een volgestort waardepapier
PBET
Geeft de afbetaling op de hoofdsom voor een bepaalde termijn
PEARSON
Geeft de correlatiecoëfficiënt van Pearson
PERCENT.RANG
Geeft de positie, in procenten uitgedrukt, van een waarde in de rangorde van een gegevensverzameling
PERCENTIEL
Geeft het k-de percentiel van waarden in een bereik
PERMUTATIES
Geeft het aantal permutaties voor een gegeven aantal objecten
PI
Geeft de waarde van pi
POISSON
Geeft de Poisson-verdeling
POS.NEG
Geeft het teken van een getal
PRIJS.DISCONTO
Geeft de prijs per EUR 100 nominale waarde voor een verdisconteerd waardepapier
PRIJS.NOM
Geeft de prijs per EUR 100 nominale waarde voor een waardepapier waarvan de rente periodiek wordt uitgekeerd
PRIJS.VERVALDAG
Geeft de prijs per EUR 100 nominale waarde voor een waardepapier waarvan de rente wordt uitgekeerd op een datum
PRODUCT
Vermenigvuldigt de argumenten met elkaar
PRODUCTMAT
Geeft het product van twee matrices
puntkomma
scheidingsteken tussen functieparameters
QUOTIENT
Geeft de uitkomst van een deling als geheel getal
R.KWADRAAT
Geeft het kwadraat van de Pearson-correlatiecoëfficiënt
RADIALEN
Converteert graden naar radialen
RANG
Geeft het rangnummer van een getal in een lijst getallen
RECHTS
Geeft de meest rechtse tekens in een tekenreeks
REND.DISCONTO
Geeft het jaarlijkse rendement voor een verdisconteerd waardepapier, bijvoorbeeld schatkistpapier
REND.VERVAL
Geeft het jaarlijkse rendement voor een waardepapier waarvan de rente wordt uitgekeerd op de vervaldag
RENDEMENT
Geeft het rendement voor een waardepapier waarvan de rente periodiek wordt uitgekeerd
RENTE
Geeft het periodieke rentepercentage voor een annuïteit
RENTEPERCENTAGE
Geeft het rentepercentage voor een volgestort waardepapier
REST
Deelt een getal en laat het restant zien
RICHTING
Geeft de richtingscoëfficiënt van een lineaire regressielijn
RIJ
Geeft het rijnummer van een verwijzing
RIJEN
Geeft het aantal rijen in een verwijzing
ROMEINS
Converteert Arabische cijfers naar Romeinse cijfers in de vorm van tekst
SAMENG.RENTE
Geeft de opgelopen rente voor een waardepapier waarvan de rente periodiek wordt uitgekeerd
SAMENG.RENTE.V
Geeft de opgelopen rente voor een waardepapier waarvan de rente op de vervaldatum wordt uitgekeerd
SCHATK.OBL
Geeft het rendement op schatkistpapier, dat op dezelfde manier wordt berekend als het rendement op obligaties
SCHATK.PRIJS
Geeft de prijs per EUR 100 nominale waarde voor schatkistpapier
SCHATK.REND
Geeft het rendement voor schatkistpapier
SCHEEFHEID
Geeft de mate van asymmetrie van een verdeling
SECONDE
Converteert een serieel getal naar seconden
SIN
Geeft de sinus van de opgegeven hoek
SINH
Geeft de sinus hyperbolicus van een getal
SNIJPUNT
Geeft het snijpunt van de lineaire regressielijn met de y-as
SOM
Telt de argumenten op
SOM.ALS
Telt de getallen bij elkaar op die voldoen aan een bepaald criterium
SOM.MACHTREEKS ATP
Geeft de som van een machtreeks die is gebaseerd op de formule
SOM.X2MINY2
Geeft de som van het verschil tussen de kwadraten van corresponderende waarden in twee matrices
SOM.X2PLUSY2
Geeft de som van de kwadratensom van corresponderende waarden in twee matrices
SOM.XMINY2
Geeft de som van de kwadraten van de verschillen tussen de corresponderende waarden in twee matrices
SOMMEN.ALS
Berekent een voorwaardelijke som aan de hand van meerdere criteria. (nieuw in Excel 2007)
SOMPRODUCT
Geeft de som van de producten van de corresponderende matrixelementen
SPATIES.WISSEN
Verwijdert de spaties links en rechts van de tekst
STAND.FOUT.YX
Geeft de standaardfout in de voorspelde y-waarde voor elke x in een regressie
STAND.NORM.INV
Geeft de inverse van de cumulatieve standaardnormale verdeling
STAND.NORM.VERD
Geeft de cumulatieve standaardnormale verdeling
STDEV
Maakt een schatting van de standaarddeviatie op basis van een steekproef
STDEVA
Maakt een schatting van de standaarddeviatie op basis van een steekproef, inclusief getallen, tekst
STDEVP
Berekent de standaarddeviatie op basis van de volledige populatie
STDEVPA
Berekent de standaarddeviatie
SUBSTITUEREN
Vervangt bepaalde tekst in een tekenreeks door andere tekst
SUBTOTAAL
Geeft een subtotaal voor een bereik
SYD
Geeft de afschrijving van activa over een bepaalde termijn volgens de ‘Sum-of-Years-Digits’-methode
T
Converteert de argumenten naar tekst
T.INV
Geeft de inverse van de Student T-verdeling
T.TOETS
Geeft de kans met behulp van de Student T-toets
T.VERD
Geeft de Student T-verdeling
TAN
Geeft de tangens van een getal
TANH
Geeft de tangens hyperbolicus van een getal
TEKEN
Zet getalswaarde om in een letterteken
TEKST
Geeft een getal weer als tekenreeks
TEKST.SAMENVOEGEN
Voegt verschillende tekstfragmenten samen tot één tekstfragment
TIJD
Stelt tijd samen uit uur, minuut, seconde
TIJDWAARDE
Converteert de tijd in de vorm van tekst naar een serieel getal
TOEK.WAARDE2
Geeft de toekomstige waarde van een bepaalde hoofdsom na het toepassen van een reeks samengestelde rentes
TRANSPONEREN (matrix)
Geeft de getransponeerde van een matrix
TREND
Geeft de waarden voor een lineaire trend
TW
Geeft de toekomstige waarde van een investering
TYPE
Geeft met een getal het gegevenstype van een waarde
TYPE.FOUT
Geeft een getal dat overeenkomt met een van de foutwaarden van Microsoft Excel
UUR
Geeft uit een tijdstip het uur van de dag
VANDAAG
Geeft de huidige datum
VAR
Maakt een schatting van de variantie op basis van een steekproef
VARA
Maakt een schatting van de variantie op basis van een steekproef, inclusief getallen
VARP
Berekent de variantie op basis van de volledige populatie
VARPA
Berekent de variantie op basis van de volledige populatie, inclusief getallen, tekst en logische waarden
VAST
Maakt een getal op als tekst met een opgegeven aantal decimalen
VDB
Geeft de afschrijving van activa over een gehele of gedeeltelijke termijn met behulp van de ‘declining balance’
VERGELIJKEN
Zoekt naar bepaalde waarden in een matrix of een verwijzing
VERSCHUIVING
Geeft een nieuwe verwijzing die een bepaald aantal rijen en kolommen is verschoven ten opzichte van
VERT.ZOEKEN
Zoekt in de meest linkse kolom van een matrix naar een bepaalde waarde en geeft de waarde in de opgegeven kolom
VERVANGEN
Vervangt tekst op een specifieke plaats in een tekenreeks
VIND.ALLES
Zoekt een bepaalde tekenreeks in een tekst (waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters)
VIND.SPEC
Zoekt een bepaalde tekenreeks in een tekst (waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters)
VOORSPELLEN
Geeft een waarde op basis van een lineaire trend
WAARDE
Converteert tekst naar een getal
WEEKDAG
Geeft uit een datum de dag van de week (als getal)
WEEKNUMMER
Converteert een serieel getal naar een weeknummer
WEIBULL
Geeft de Weibull-verdeling
WERKDAG ATP
Geeft het seriële getal van de datum voor of na een bepaald aantal werkdagen
WISSEN.CONTROL
Verwijdert alle niet-afdrukbare tekens uit een tekst
WORTEL
Geeft de positieve vierkantswortel van een getal
WORTEL.PI ATP
Geeft de vierkantswortel van (getal * pi)
Z.TOETS
Geeft de eenzijdige kanswaarde voor een Z-toets
ZELFDE.DAG ATP
Geeft het seriële getal van een datum die het opgegeven aantal maanden voor of na de begindatum ligt
ZOEKEN
Zoekt naar bepaalde waarden in een vector of een matrix
(De inhoud van deze lijst is overgenomen uit Wikipedia “Lijst van Excel functies” en is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. De opmaak is door ons aangepast opdat u gemakkelijker de functie kunt vinden die u zoekt. Sommige beschrijvingen zijn door ons veranderd c.q. duidelijker gemaakt.)

